Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2019 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: mr. F.A. Piek),
de ontvanger van de Belastingdienst, verweerder,
de Staat der Nederlanden, de Minister voor Rechtsbescherming.
Procesverloop
[D] .
Overwegingen
‘Bedrag van de aansprakelijkheid
Ik stel u hierbij aansprakelijk voor een bedrag van […]. In dit bedrag zijn geen kosten boete, invorderingsrente en heffingsrente opgenomen.
Wanneer moet u betalen?
U moet het bedrag waarvoor ik u aansprakelijk heb gesteld, betalen vóór 4 augustus 2017. Als u na deze datum betaalt, is het belopen van de invorderingsrente aan u te wijten en bent u daarom ook aansprakelijk voor de invorderingsrente die na deze datum over de betreffende aanslag(en) verschuldigd wordt.’
Proceskosten
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van
- veroordeelt de Minister voor Rechtsbescherming tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 375;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 256;
- veroordeelt de Minister voor Rechtsbescherming in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 256;
- draagt verweerder op van het door eiser betaalde griffierecht € 23 aan hem te vergoeden;
- draagt de Minister voor Rechtsbescherming op van het door eiser betaalde griffierecht € 23 aan hem te vergoeden.