Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer [V-nummer]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. A. Nobel, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Libische nationaliteit dragende persoon, diende op 3 juni 2018 een asielaanvraag in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser illegaal via Italië de EU was binnengekomen en dat Italië verantwoordelijk was voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening. Eiser had eerder asielverzoeken ingediend in Duitsland, dat Italië als verantwoordelijke had aangewezen.
Eiser voerde aan dat het Italiaanse opvangsysteem tekortkomingen vertoont en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast. Hij verwees naar eigen ervaringen, een Italiaans wetsdecreet en recente landeninformatie die volgens hem niet was betrokken bij eerdere uitspraken. De rechtbank overwoog dat het wetsdecreet weliswaar veranderingen in de opvang teweegbracht, maar niet leidde tot het ontbreken van opvang voor kwetsbare Dublinclaimanten.
De rechtbank nam mee dat verweerder conform de Dublinverordening bijzondere omstandigheden blijft melden en overdracht kan opschorten. De aangevoerde rapporten en artikelen boden geen wezenlijk ander beeld dan eerdere rapporten en hielden onvoldoende rekening met de verminderde instroom in Italië. De rechtbank concludeerde dat er geen aannemelijk risico is op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens Dublinverwijzing naar Italië wordt ongegrond verklaard.