Uitspraak
Beschikking op het op 27 februari 2019 ingekomen verzoekschrift van:
[Y] ,
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Procedure
- het verzoekschrift;
- de brief van 13 mei 2019 van de zijde van de IND;
- de brief van 28 mei 2019 met bijlagen van de zijde van verzoeker;
- de brief van 6 augustus 2019 met bijlagen van de IND;
- de conclusie van de officier van justitie van 27 september 2019.
Verzoek en het standpunt van de IND en de officier van justitie
Feiten
Ten aanzien van verzoeker
Ten aanzien van de man en de vrouw
- Blijkens een kopie van een ‘Expedition d’Acte Testimonal de Mariage’, opgemaakt op 26 april 1989 en afgegeven op 25 maart 2019 (hierna: de lafif-akte), is op verzoek van de man op 19 januari 1989 door twaalf getuigen verklaard dat de man en de vrouw sinds acht jaar met elkaar gehuwd zijn en dat zij samen een kind hebben genaamd [naam anders dan Y] .
- Blijkens een kopie van een ‘Acte de Repudiation’ met nummer [nr] van het jaar 1989, opgemaakt op [datum] 1989 heeft [va Y] (de rechtbank begrijpt: de man) op diezelfde datum de verstoting uitgesproken van [andere naam dan moe Y] (de rechtbank begrijpt: de vrouw).
- De vrouw heeft de Marokkaanse nationaliteit.
- Op 6 februari 1995 heeft de man een verzoek om naturalisatie tot Nederlander ingediend. Bij Koninklijk Besluit van 24 januari 1996 is aan de man het Nederlanderschap verleend.
- De man is op [datum overlijden] 2000 te Rotterdam overleden.