Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[gedaagde 1] te [woonplaats] ,
[gedaagde 2]te [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Emily Trust
“voor lief”wordt genomen.
Rechtbank Den Haag
De Staat, vertegenwoordigd door de Belastingdienst, vordert in kort geding dat gedaagden worden bevolen volledige inzage te geven in de administratie van de Emily Trust en Jolima Trust en de bijbehorende vennootschappen, alsmede mondelinge toelichting te geven, onder dreiging van een dwangsom. Dit volgt op een langdurige correspondentie en bezwaarprocedures over de fiscale behandeling van vermogen dat via deze trusts is ondergebracht.
Gedaagden, stiefdochters van een overleden stiefvader die vermogen in trusts had ondergebracht, hebben aanvankelijk geen betrokkenheid bij de trusts opgegeven en later gesteld dat zij geen aanspraak hadden op het vermogen. De Belastingdienst vermoedt echter dat het vermogen aan hen kan worden toegerekend en dat zij niet alle relevante informatie hebben verstrekt. De voorzieningenrechter oordeelt dat de Staat voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gevorderde informatie bestaat en dat gedaagden deze met redelijke inspanning kunnen verkrijgen.
De voorzieningenrechter wijst de vordering toe voor zover deze ziet op concrete stukken en mondelinge toelichting, met een termijn van 45 dagen voor verstrekking en een dwangsom van €2.500 per dag tot een maximum van €200.000. Wilsafhankelijk materiaal mag alleen voor belastingheffing worden gebruikt. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot volledige verstrekking van administratie en mondelinge toelichting over trusts binnen 45 dagen onder dreiging van dwangsom.