ECLI:NL:RBDHA:2019:12881
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser, met de Bengalese nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen in Nederland ingediend, waarvan eerdere aanvragen zijn afgewezen en in rechte onherroepelijk vaststaan. De huidige procedure betreft een derde opvolgende aanvraag, gebaseerd op een aangifte van een moord en een verklaring van een vermeende zoon van het slachtoffer, die eiser als nieuwe feiten aandraagt.
Verweerder heeft de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat de authenticiteit van de overgelegde documenten niet kon worden vastgesteld en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze documenten nieuwe feiten bevatten. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich niet onrechtmatig heeft opgesteld en dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de authenticiteit en relevantie van de stukken.
De rechtbank overweegt dat bij opvolgende aanvragen de bewijslast bij de vreemdeling ligt en dat verweerder voldoende actief heeft samengewerkt door onderzoek te laten verrichten. De beroepsgrond met betrekking tot het opgelegde inreisverbod is ingetrokken door eiser. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.