ECLI:NL:RBDHA:2019:13337
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen niet in behandeling nemen herhaalde asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eisers, van Eritrese nationaliteit, dienden een herhaalde asielaanvraag in, maar de staatssecretaris nam deze niet in behandeling omdat Italië als lidstaat verantwoordelijk is voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening. Eisers betwistten dit en verwezen naar recente ontwikkelingen die het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië zouden ondermijnen, met name vanwege gewijzigde opvangomstandigheden voor minderjarige kinderen.
De rechtbank overwoog dat het aan eisers was om aannemelijk te maken dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer van toepassing is. De rechtbank stelde vast dat de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen aanwijzingen gaf voor een structurele verslechtering van de opvang in Italië die een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt, ook niet voor gezinnen met minderjarige kinderen.
De rechtbank verwierp het beroep mede omdat de interim measures van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens niet concreet waren gemotiveerd en niet op de situatie van eisers van toepassing bleken. Eisers hadden bovendien onvoldoende onderbouwd dat hun kinderen specialistische medische zorg nodig hadden die in Italië niet beschikbaar zou zijn.
Gelet op deze overwegingen concludeerde de rechtbank dat de staatssecretaris terecht het interstatelijk vertrouwensbeginsel toepaste en het verzoek om internationale bescherming niet aan zich hoefde te trekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de herhaalde asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.