Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. B.P.C. Vonck, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 15 november 2017 een asielaanvraag in die door verweerder op 1 februari 2019 werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op de ongeloofwaardigheid van eisers homoseksualiteit en de onvoldoende aannemelijkheid van een reëel risico bij terugkeer naar Turkije.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het geloofwaardigheidsonderzoek heeft uitgevoerd conform de Werkinstructie 2018/9, maar constateert een motiveringsgebrek in het besluit, met name in de beoordeling van de seksuele gerichtheid van eiser. Hoewel verweerder de verklaringen van eiser over zijn homoseksualiteit als ongeloofwaardig bestempelde, vindt de rechtbank onvoldoende ondubbelzinnige contra-indicaties om dit oordeel te ondersteunen.
Desondanks blijft de rechtbank bij de conclusie dat ook bij aanname van eisers homoseksualiteit de gevraagde verblijfsvergunning niet kan worden verleend. De gestelde problemen met familie en studievrienden zijn niet geloofwaardig, en er is geen sprake van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Ook de problemen vanwege Koerdische afkomst en religie leiden niet tot vluchtelingenstatus.
Het beroep wordt gegrond verklaard wegens het motiveringsgebrek, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser ten bedrage van €1.024,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.