ECLI:NL:RBDHA:2019:13391
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende motivering medische deskundigheid
Eiser, van Ethiopische nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat een eerdere aanvraag was afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van zijn relaas over detentie en mishandeling. Ter ondersteuning overlegde hij een iMMO-rapport dat concludeerde dat zijn medische en psychische problematiek waarschijnlijk zijn vermogen om consistent en coherent te verklaren heeft beïnvloed en dat zijn littekens consistent zijn met het gestelde geweld.
Verweerder wees het iMMO-rapport terzijde zonder zelf een medisch deskundige te raadplegen en motiveerde onvoldoende waarom het rapport niet leidde tot een herbeoordeling van de geloofwaardigheid. De rechtbank oordeelt dat het rapport voldoet aan de vereisten van de Afdeling bestuursrechtspraak en dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom geen medisch onderzoek is verricht.
Ook het standpunt van verweerder dat de detentie in 2014 ongeloofwaardig is en dat daardoor ook de mishandeling ongeloofwaardig zou zijn, wordt verworpen. De rechtbank stelt dat verweerder de conclusies van het iMMO-rapport niet met deskundigenadvies heeft bestreden en daarom van deze conclusies moet uitgaan.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder om de asielaanvraag opnieuw te beoordelen met inachtneming van de motiveringen over het iMMO-rapport en de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet de asielaanvraag opnieuw beoordelen met inachtneming van het iMMO-rapport.