ECLI:NL:RVS:2018:2086
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Toetsing van medische adviezen bij geloofwaardigheid asielrelaas in vreemdelingenrecht
De staatssecretaris wees een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat het asielrelaas van de vreemdeling niet zonder nader onderzoek ongeloofwaardig kon worden geacht, mede vanwege een iMMO-rapport dat psychische klachten constateerde die het verklaringsvermogen beïnvloedden.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat het MediFirst- en FMMU-advies, opgesteld volgens het Protocol, voldoende waren om de verklaringen tijdens het nader gehoor te baseren. De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht de werkwijzen van de FMMU en iMMO en paste het toetsingskader aan, waarbij zij benadrukte dat medische adviezen zorgvuldig en inzichtelijk moeten zijn en dat de staatssecretaris bij nieuwe medische informatie de FMMU moet raadplegen.
De Afdeling oordeelde dat het iMMO-rapport wel degelijk betrokken moet worden bij de beoordeling, ook al is het na het gehoor opgesteld, mits het rapport concludent en inzichtelijk is. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, omdat de staatssecretaris terecht de geloofwaardigheid van delen van het asielrelaas in twijfel trok ondanks de psychische problematiek.
De uitspraak verduidelijkt de omgang met medische adviezen in asielprocedures en bevestigt de noodzaak van zorgvuldige toetsing van verklaringen, waarbij medische rapporten een belangrijke rol spelen maar niet automatisch alle verklaringen onbetrouwbaar maken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.