ECLI:NL:RBDHA:2019:13400
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdverklaring bij aansprakelijkstelling Staat wegens onrechtmatige rechtspraak
Opposant stelde beroep in tegen een brief van de Minister voor Rechtsbescherming waarin de Staat aansprakelijk werd gesteld wegens onrechtmatige rechtspraak van het Gerechtshof Amsterdam. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen omdat de brief geen besluit in de zin van de Awb betreft.
Tegen deze onbevoegdverklaring stelde opposant verzet in. De rechtbank onderzocht of de eerdere beslissing terecht was genomen zonder inhoudelijke behandeling van de beroepsgronden. Opposant voerde aan dat de brief een beschikking was en dat de bestuursrechter bevoegd was tot schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat een reactie op een privaatrechtelijke aansprakelijkstelling geen publiekrechtelijke rechtshandeling is en dus geen besluit in de zin van de Awb. Daarom is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. Het verzet is ongegrond verklaard en de eerdere beslissing blijft in stand.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring wordt ongegrond verklaard en de eerdere beslissing blijft in stand.