ECLI:NL:RBDHA:2019:13439
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvragen wegens verblijfsvergunning in Denemarken
Eisers, Syrische nationaliteit, hebben in Nederland asiel aangevraagd maar werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij in Denemarken een verblijfsvergunning en internationale bescherming genieten. Eisers betoogden dat zij deze bescherming niet langer genieten, maar verweerder had dit onderzocht via Eurodac en contact met Deense autoriteiten.
De rechtbank oordeelt dat de informatie uit Eurodac recent en betrouwbaar is en dat de internationale bescherming van eisers nog steeds van kracht is. De brieven van de Deense immigratieautoriteiten over het vervallen van verblijfsvergunningen betekenen niet dat de bescherming is geëindigd. Jurisprudentie van het Hof van Justitie bevestigt dat het aflopen van een verblijfsvergunning niet automatisch het einde van internationale bescherming betekent.
Verder is het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing: Nederland mag ervan uitgaan dat Denemarken zijn internationale verplichtingen nakomt, tenzij eisers aannemelijk maken dat dit niet zo is. Eisers hebben dit niet voldoende onderbouwd. Daarom is het redelijk dat zij terugkeren naar Denemarken. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvragen af wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard omdat eisers internationale bescherming genieten in Denemarken.