ECLI:NL:RBDHA:2019:1381
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aangepast leerlingenvervoer wegens voldoende begeleiding met openbaar vervoer
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om de aanvraag voor aangepast leerlingenvervoer voor zijn zoon af te wijzen. De zoon bezoekt speciaal onderwijs en de ouders voerden aan dat de moeder door psychische overbelasting en de zorg voor een jonger broertje niet in staat is hem te begeleiden.
De rechtbank overweegt dat uit het advies van de Commissie van Begeleiding blijkt dat de zoon onder begeleiding met openbaar vervoer naar school kan reizen. Eiser heeft dit niet betwist. Ook is niet aangetoond dat de reistijd met openbaar vervoer meer dan anderhalf uur bedraagt. De rechtbank stelt dat de verantwoordelijkheid voor begeleiding in beginsel bij de ouders ligt en dat de omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder zijn dat een uitzondering gerechtvaardigd is.
De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de hardheidsclausule niet van toepassing is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.H. Smits op 15 februari 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van aangepast leerlingenvervoer wordt ongegrond verklaard.