ECLI:NL:RBDHA:2019:1389
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing inzageverzoek persoonsgegevens dossier moeder en leerling bij Inspectie Onderwijs
Eiseres verzocht bij de Inspectie van het Onderwijs inzage in haar dossier en dat van haar zoon op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Verweerder wees het verzoek gedeeltelijk af, waarna eiseres bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde tegen het bestreden besluit dat het bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was, ondanks aanvankelijke twijfels over de motivering van de gronden. Tijdens de zitting gaf eiseres aan geen inzage te wensen in persoonsgegevens van derden, maar wel in interne notities en meningen van ambtenaren over het langdurig schoolverzuim van haar zoon.
De rechtbank stelde vast dat verweerder het verzoek naar behoren had behandeld en dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat er meer informatie beschikbaar was dan reeds verstrekt. Bovendien valt interne beraadslaging buiten het bereik van de Wbp. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het gedeeltelijk afwijzen van haar inzageverzoek wordt ongegrond verklaard.