ECLI:NL:RVS:2020:352
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inzage persoonsgegevens moeder en zoon basisschool
De moeder van een toen zevenjarige basisschoolleerling verzocht de minister van Onderwijs om inzage in het volledige dossier betreffende haar en haar zoon, nadat haar zoon meerdere keren was geschorst en uiteindelijk van school verwijderd. De minister had aanvankelijk slechts gedeeltelijk inzage gegeven, waarbij persoonsgegevens van derden en persoonlijke beleidsopvattingen waren afgeschermd.
De rechtbank verklaarde het beroep van de moeder ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat de minister onzorgvuldig was geweest door niet alle relevante persoonsgegevens te verstrekken. De Afdeling stelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom bepaalde passages zwart waren gemaakt, met name inzake persoonlijke beleidsopvattingen, en dat de moeder recht had op een vollediger overzicht.
De Afdeling vernietigde daarom het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval de minister binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in acht moet worden genomen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen conform de AVG.