ECLI:NL:RBDHA:2019:14001
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging verblijfsrecht Unieburger na belangenafweging
Eiser, een Poolse Unieburger, werd door de staatssecretaris het verblijfsrecht in Nederland ontzegd op grond van het Unierecht, omdat hij niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 8.12 Vreemdelingenbesluit 2000. Na een eerdere vernietiging van een uitspraak door de Afdeling bestuursrechtspraak, maakte de staatssecretaris een nieuwe belangenafweging en bevestigde het besluit.
Eiser voerde aan dat de belangenafweging gebaseerd was op verouderde informatie en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging wel degelijk was gemaakt met actuele informatie, mede doordat eiser vrijwillig Nederland had verlaten. Daarnaast was het besluit zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd.
De rechtbank concludeerde dat het standpunt van de staatssecretaris dat het verblijfsrecht van eiser was geëindigd, stand hield en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het beëindigen van het verblijfsrecht wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.