ECLI:NL:RBDHA:2019:14007
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- S.J. Hoekstra - van Vliet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen tot nakoming overeenkomst vastgoedportefeuille wegens betwisting bestaan
Fresch Real Estate B.V. vordert in kort geding nakoming van een overeenkomst tot overdracht van een vastgoedportefeuille van gedaagde partijen, waarvan het bestaan door deze laatste wordt betwist. De overeenkomst van 20 december 2016, een intentieverklaring, vormde de basis voor onderhandelingen over een activatransactie en later een aandelentransactie. Partijen wisselden diverse conceptovereenkomsten uit, maar bereikten geen definitieve overeenstemming over essentiële punten zoals de koopprijs en garanties.
Fresch stelt dat er een bindende overeenkomst is en dat gedaagden gehouden zijn tot overdracht, terwijl gedaagden betogen dat de intentieverklaring geen definitieve koopovereenkomst is en dat de onderhandelingen rechtmatig zijn afgebroken. De voorzieningenrechter benadrukt de ingrijpende en deels onomkeerbare gevolgen van toewijzing in kort geding en stelt dat met grote mate van waarschijnlijkheid moet worden verwacht dat de bodemrechter de vorderingen toewijst.
Gezien de diepgaande meningsverschillen over feiten en interpretatie, de noodzaak van nader onderzoek en bewijslevering in de bodemprocedure, en het ontbreken van voldoende onderbouwing van het spoedeisend belang, wijst de voorzieningenrechter de vorderingen af. Fresch wordt veroordeeld in de proceskosten van het geding.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Fresch af wegens betwisting van het bestaan van de overeenkomst en onvoldoende spoedeisend belang.