Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2019 in de zaak tussen
[naam minderjarige],
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis aangevraagd, welke op 14 april 2017 door verweerder is afgewezen. Tegen deze primaire besluiten is bezwaar gemaakt, maar dit bezwaar is door verweerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. Eisers stelden dat zij de besluiten niet tijdig hadden ontvangen en pas na rappellering kennis namen van de besluiten, waarna zij alsnog bezwaar maakten.
De rechtbank toetste of de termijnoverschrijding verschoonbaar was. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de besluiten op correcte wijze zijn verzonden via het systeem 'het verzendhuis', dat door de Afdeling bestuursrechtspraak als deugdelijk is beoordeeld. Eisers konden het vermoeden van ontvangst niet ontzenuwen, hun stelling was gebaseerd op een onbewezen veronderstelling over mogelijke foutieve postbezorging.
De rechtbank concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Het beroep tegen deze beslissing is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard.