ECLI:NL:RBDHA:2019:14133
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring na vaststelling identiteit en nationaliteit vreemdeling
Eiser is in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) na afwijzing van zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond. De rechtbank toetst of de voortzetting van deze maatregel rechtmatig is sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 7 november 2019.
De rechtbank oordeelt dat eiser rechtmatig verblijf had gedurende de rechtsmiddelentermijn en zolang hij een verzoek om voorlopige voorziening had lopen, waardoor de bewaring op grond van artikel 59b, derde lid, Vw verlengd kon worden. Na het T&O-akkoord van Albanië op 11 december 2019 is de identiteit en nationaliteit van eiser vastgesteld, waardoor de wettelijke grondslag voor bewaring op artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, Vw vervalt.
De rechtbank ziet geen rechtvaardiging voor voortzetting van de bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, omdat geen noodzakelijke gegevens voor beoordeling van de asielaanvraag meer ontbreken. Daarom is de bewaring vanaf 11 december 2019 onrechtmatig en beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel.
Daarnaast kent de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €1.120,- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten van €1.024,- aan de rechtsbijstandverlener. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig vanaf 11 december 2019 en wordt opgeheven met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.