ECLI:NL:RBDHA:2019:14138
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing faciliterend visum op grond van onvoldoende zorg- en opvoedtaken voor Nederlandse dochter
Eiser, een Turkse nationaliteit bezittende vader, verzocht om een faciliterend visum op grond van het arrest Chavez-Vilchez om in Nederland te verblijven bij zijn Nederlandse dochter. De minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af vanwege een SIS-signalering, onjuiste informatie in de aanvraag en eerdere illegale verblijven.
In beroep stelde eiser dat hij recht heeft op verblijf vanwege het belang van zijn dochter en dat hij een hechte band met haar heeft. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken verricht en dat er geen zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat zijn dochter de EU zou moeten verlaten bij weigering van het visum.
De rechtbank overwoog dat de foto’s en sporadisch contact onvoldoende bewijs vormen. Ook ontbraken financiële bijdragen en feitelijke zorg. De beleidsregels van verweerder zijn niet in strijd met Europese regelgeving. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het faciliterend visum wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs van zorg- en opvoedtaken.