ECLI:NL:RBDHA:2019:14301
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering wijziging verblijfsdoel kennismigrant naar verblijf bij dochter
Eiseres, een Vietnamese vrouw met een verblijfsvergunning als kennismigrant, verzocht om wijziging van haar verblijfsvergunning naar verblijf als gezinslid bij haar dochter. De staatssecretaris wees dit verzoek af, stellende dat er geen objectieve of subjectieve belemmeringen zijn om terug te keren naar Vietnam en dat het economisch belang van Nederland een gerechtvaardigde inmenging rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelt dat eiseres weliswaar feitelijk al in Nederland kan verblijven op basis van haar huidige vergunning, maar dat zij procesbelang heeft vanwege de ruimere arbeidsmogelijkheden bij wijziging. De rechtbank stelt vast dat de belangenafweging van de staatssecretaris te eenzijdig was en dat onvoldoende is onderzocht of de dochter daadwerkelijk zelfstandig kan verblijven en onderwijs kan volgen zonder haar ouders.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het niet bepaalt dat de kosten van rechtsbijstand worden vergoed. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep wordt gegrond verklaard, maar de weigering tot wijziging van het verblijfsdoel blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het niet bepaalt dat de kosten van rechtsbijstand worden vergoed.