Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 januari 2019 in de zaak tussen
[eiseres] , te [vestigingsplaats buitenland] , eiseres
de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
contentvan diverse websites, waarmee zij het publiek informeert over kansspelgerelateerde onderwerpen. De toezichthouders van de Kansspelautoriteit hebben geconstateerd dat op diverse websites van eiseres reclame wordt gemaakt voor kansspelen waarvoor geen vergunning is verleend. Na het aanklikken van de diverse reclame-uitingen op deze websites werden de toezichthouders doorgeleid naar diverse websites waarop kansspelen worden aangeboden waarvoor geen vergunning is verleend. Het maken van reclame voor kansspelen op websites waarvoor geen vergunning is verleend, is volgens verweerder aan te merken als het bevorderen van deelname aan een kansspel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wok. Bij brief van 20 december 2016 heeft verweerder aan eiseres een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom toegezonden. In april 2017 hebben toezichthouders opnieuw geconstateerd dat eiseres reclame heeft gemaakt voor kansspelen waarvoor geen vergunning is verleend via diverse (andere) websites. De toezichthouders hebben eiseres verzocht om de websites aan te passen en daarbij opgemerkt dat er in de toekomst handhavend zal worden opgetreden. Op 18 juli 2017 heeft de toezichthouder geconstateerd dat eiseres via de website [website] reclame heeft gemaakt voor kansspelen waarvoor geen vergunning is verleend. Bij het primaire besluit heeft verweerder eiseres gelast om uiterlijk op 14 augustus 2017 de overtreding van artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wok te staken en gestaakt te houden. Eiseres kan dit doen door alle reclame- en wervingsuitingen voor kansspelen, waarvoor geen vergunning ingevolge de Wok is verleend, te beëindigen en beëindigd te houden. Indien eiseres na ommekomst van de begunstigingstermijn niet voldoet aan de last, is bepaald dat zij voor iedere vastgestelde overtreding (in de vorm van een reclame-uiting voor onvergund kansspelaanbod) per dag een dwangsom van € 1.500,- tot een maximum van € 21.000,- verbeurt. Verweerder heeft na afloop van de begunstigingstermijn vastgesteld dat eiseres de in de last genoemde overtreding heeft beëindigd en dat geen dwangsom is verbeurd. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de last onder dwangsom en tegen het besluit tot openbaarmaking van de last. Verweerder heeft de primaire besluiten gehandhaafd en in overleg met eiseres besloten de openbaarmaking van de last op te schorten tot uitspraak in deze zaak is gedaan.
27 december 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3571) heeft geoordeeld dat (specifieke) betaaldiensten niet onder het bevorderingsverbod vielen, maar dat betekent niet dat het voeren van reclame zoals eiseres heeft gedaan niet onder het bevorderingsverbod valt. Gelet op het voorgaande staat vast dat eiseres artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wok heeft overtreden.