ECLI:NL:RBDHA:2019:14422
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Bidoon uit Koeweit wegens ongeloofwaardige detentieclaims en ontbreken reëel risico
Eiser, een staatloze Bidoon uit Koeweit, vroeg asiel aan met het argument dat hij vanwege zijn etnische achtergrond en deelname aan demonstraties en een lezing in Koeweit gediscrimineerd en gedetineerd zou zijn. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk vervolgd werd.
De rechtbank oordeelde dat de achtergestelde positie van eiser als Bidoon wel geloofwaardig is, maar dat zijn verklaringen over detentie niet overtuigend waren. Eiser kon niet aantonen dat hij een organiserende rol had of dat de autoriteiten van zijn aanwezigheid op de demonstratie en lezing op de hoogte waren. Ook de overgelegde verklaringen en rapporten ondersteunden zijn verhaal onvoldoende.
Verder stelde de rechtbank dat eiser niet voldeed aan de criteria van het Vluchtelingenverdrag en dat hij geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Koeweit. Zijn verblijf buiten Koeweit en het bezit van een geldig paspoort maakten het onwaarschijnlijk dat de autoriteiten van zijn asielaanvraag zouden weten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardige detentieclaims en het ontbreken van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM.