ECLI:NL:RBDHA:2019:14491

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 november 2019
Publicatiedatum
27 januari 2020
Zaaknummer
C/09/582587 / FA RK 19-7925
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 lid 4 Uitvoeringswet internationale kinderontvoeringArt. 1.1 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voogdij bij internationale kinderontvoering in echtscheidingsgeschil

In een internationale kinderontvoeringszaak tussen de vader woonachtig in de Verenigde Staten en de moeder woonachtig in Nederland, heeft de rechtbank Den Haag op 20 november 2019 een tussenbeschikking gegeven betreffende de voorlopige voogdij over de minderjarige. De vader had verzoeken ingediend tot teruggeleiding van het kind naar de Verenigde Staten, wijziging van voorlopige voorzieningen en vervangende toestemming voor reizen met het kind.

De rechtbank benoemde een bijzondere curator om de wensen en het welzijn van het kind te onderzoeken. Tijdens de zitting sprak de minderjarige met de kinderrechters in aanwezigheid van de curator. Vanwege een wrakingsverzoek van de moeder werd de inhoudelijke behandeling aangehouden.

De rechtbank oordeelde dat er voldoende zorgen waren over het welzijn van het kind en dat het gevaar bestond dat het kind zou worden onttrokken aan een teruggeleidingsbevel. Daarom werd de Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering belast met de voorlopige voogdij over de minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en verdere beslissingen zijn aangehouden.

Uitkomst: De rechtbank stelt voorlopige voogdij in bij Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering over de minderjarige en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

Rechtbank Den HAAG
Meervoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 19-7925
Zaaknummer: C/09/582587
Datum beschikking: 20 november 2019

Internationale kinderontvoering – voorlopige voogdij

Beschikking op het op 31 oktober 2019 ingekomen verzoek van:

[y]

de vader,
wonende te [woonplaats Y] , Verenigde Staten van Amerika,
advocaat: mr. M.T. Wernsen te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[X] ,

de moeder,
wonende te [woonplaats X] ,
advocaat: mr. E. Kim-Meijer te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft in de teruggeleidingsprocedure bij beschikking van 6 november 2019 drs. I. Sandig benoemd tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] . De bijzondere curator is verzocht de volgende vragen te beantwoorden:
Wat geeft de minderjarige zelf aan over een eventueel verblijf in [woonplaats Y] , Verenigde Staten van Amerika, en een eventueel verblijf in Nederland?
In hoeverre lijkt de minderjarige zich vrij te kunnen uiten?
In hoeverre lijkt de minderjarige de gevolgen van het verblijf in [woonplaats Y] , Verenigde Staten van Amerika of het verblijf in Nederland te overzien?
Wil de minderjarige met de rechter(s) spreken en zo ja, wenst de minderjarige dat de bijzondere curator daarbij aanwezig zal zijn?
Zijn er nog bijzonderheden naar voren gekomen die van belang zijn voor de te nemen beslissingen?
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • twee faxberichten van 6 november 2019 van de zijde van de vader;
  • het verslag van de bijzondere curator van 18 november 2019;
  • het F9-formulier van 18 november 2019, met bijlagen, van de zijde van de vader;
  • het faxbericht van 18 november 2019 van de zijde van de vader;
  • het F9-formulier van 19 november 2019, met bijlagen, van de zijde van de moeder;
  • het faxbericht van 19 november 2019 van de zijde van de vader;
  • het faxbericht van 19 november 2019, met bijlagen, van de zijde van de vader.
Het door de advocaat van de moeder op 20 november 2019 per fax ingediende verweerschrift is door de rechtbank ontvangen om 9.23 uur. De meervoudige kamer heeft het verweerschrift niet voor aanvang van de mondelinge behandeling ontvangen en dus (nog) geen kennis kunnen nemen van de inhoud.
De minderjarige [minderjarige] heeft op 20 november 2019 in raadkamer – in het bijzijn van de bijzondere curator – met de kinderrechters gesproken.
Op 20 november 2019 zou het verzoek tot teruggeleiding van [minderjarige] naar de Verenigde Staten van Amerika samen met het verzoek van de vader tot vervangende toestemming om met [minderjarige] naar de Verenigde Staten van Amerika te reizen (C/09/582137) en het verzoek van de vader tot wijziging van de voorlopige voorzieningen (C/09/582686) ter zitting van de meervoudige kamer inhoudelijk worden behandeld.
Hierbij zijn verschenen:
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat en een tolk, de heer [naam tolk 1] ;
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat en een tolk, mevrouw [naam tolk 2] ;
  • de bijzondere curator;
  • mevrouw [medewerker RvdK] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De behandeling ter zitting van voornoemde zaken is aangehouden in verband met het verzoek van de moeder tot wraking van de voltallige meervoudige kamer.

Beoordeling

De rechtbank kan op grond van artikel 13 lid 4 van Pro de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering op verzoek of ambtshalve een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet belasten met de voorlopige voogdij over een kind, indien het gevaar bestaat dat het kind wordt onttrokken aan de tenuitvoerlegging van een bevel tot teruggeleiding zoals bedoeld in lid 5 van dit artikel.
De rechtbank zal – zoals tijdens de zitting al mondeling uitgesproken – de Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering te [plaatsnaam Leger des Heils] belasten met de voorlopige voogdij over [minderjarige] . De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. De ouders zijn nu ongeveer een half jaar – zowel in Nederland als in de Verenigde Staten van Amerika – met elkaar verwikkeld in verschillende procedures ten aanzien van de echtscheiding en hun zoon [minderjarige] . Bij deze rechtbank liggen nu de verzoeken van de vader tot teruggeleiding van [minderjarige] naar de Verenigde Staten van Amerika, tot wijziging van de voorlopige voorzieningen en tot vervangende toestemming om met [minderjarige] naar de Verenigde Staten van Amerika te reizen ter beoordeling voor. De inhoudelijke behandeling van deze drie zaken zal, gelet op het wrakingsverzoek dat bij aanvang van de mondelinge behandeling door de moeder is ingediend, op een later moment inhoudelijk worden voortgezet. De rechtbank maakt zich gelet op hetgeen in de door beide ouders overgelegde stukken naar voren wordt gebracht echter dusdanig zorgen over [minderjarige] , dat zij van oordeel is dat het daarom noodzakelijk is om reeds nu de voorlopige voogdij uit te spreken.
De rechtbank zal aldus beslissen.

Beslissing

De rechtbank:
*
belast Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering te [plaatsnaam Leger des Heils] met de voorlopige voogdij over de minderjarige [minderjarige] , geboren op
[geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] , Verenigde Staten van Amerika;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H.M. Boone, J.Th.W. van Ravenstein en J.C. Sluymer, rechters, tevens kinderrechters, bijgestaan door mr. M. Verkerk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 november 2019.