Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. C.E.B. Davis, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 7 december 2018 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat Duitsland niet de benodigde medische zorg bood en dat hij liever naar Italië wilde omdat zijn vrouw daar verblijft.
De rechtbank stelde vast dat eiser eerder asielaanvragen had ingediend in Italië, Oostenrijk en Duitsland. Nederland had op 17 december 2018 een verzoek tot terugname bij Duitsland ingediend, dat op 20 december 2018 was aanvaard. De rechtbank oordeelde dat verweerder mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt.
Ook was niet gebleken dat eiser medische documenten had overlegd die een specialistische behandeling vereisten of dat hij niet bij Duitse autoriteiten kon klagen. De rechtbank vond dat eiser zijn verzoek om overname door Italië bij de Duitse autoriteiten moest indienen. Gezien deze omstandigheden was er geen reden om het verzoek in behandeling te nemen in Nederland. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.