ECLI:NL:RBDHA:2019:14825
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Buiten behandelingstelling aanvraag verblijfsvergunning wegens niet voldoen leges niet onrechtmatig
Eiseres, van Congolese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro, met een verzoek om vrijstelling van het legesvereiste. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat eiseres geen leges betaalde en niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling op grond van artikel 3.34a onder j en k van het Voorschrift Vreemdelingen 2000.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de leges niet kon betalen, mede omdat haar partner had verklaard dat hij geld had geleend en een baan had. Tevens was er geen sprake van schrijnende omstandigheden die vrijstelling rechtvaardigen. De medische situatie van eiseres, haar sociale omstandigheden en het overlijden van een familielid werden door verweerder voldoende gemotiveerd meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder zijn discretionaire bevoegdheid correct had uitgeoefend en dat de aanvraag terecht buiten behandeling was gesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening, gericht op het verbod van uitzetting, werd afgewezen omdat op het beroep zelf was beslist.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.