ECLI:NL:RBDHA:2019:14859
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis ouders minderjarige asielzoeker
Eisers, ouders van een Eritrese asielzoeker, verzochten een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) nareis. Verweerder wees de aanvraag af omdat de referent, hun zoon, inmiddels meerderjarig was en daarom niet viel onder de beschermde categorieën voor afgeleide verblijfsvergunningen. Eisers stelden dat het peilmoment voor de beoordeling van minderjarigheid het moment van binnenkomst in Nederland en indiening van de asielaanvraag is, conform het arrest A. en S. van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De rechtbank oordeelt dat de minderjarigheid van de referent inderdaad op dat peilmoment moet worden beoordeeld, waardoor hij als minderjarige moet worden aangemerkt ondanks dat hij inmiddels meerderjarig is. Hierdoor is het bestreden besluit gebaseerd op onjuiste feiten en is sprake van een motiveringsgebrek.
De rechtbank vernietigt het besluit, gelast een nieuw besluit binnen zes weken en veroordeelt verweerder in de proceskosten en griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard. De uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie over de toepassing van de Gezinsherenigingsrichtlijn en het belang van rechtszekerheid en gelijkheid van behandeling.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt gelast een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de minderjarigheid van de referent op het moment van binnenkomst en asielaanvraag.