ECLI:NL:RBDHA:2019:1505
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens meerderjarigheid referente
Eisers, van Eritrese nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis te weigeren. De weigering was gebaseerd op de stelling dat de referente, hun dochter, meerderjarig was op het moment van binnenkomst in Nederland, waardoor niet werd voldaan aan de voorwaarden van artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig is ingediend, aangezien het bestreden besluit pas correct bekend is gemaakt op 23 februari 2018. Eisers voerden aan dat de geboortedatum van de referente onjuist was vastgesteld en dat zij minderjarig was geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP). De rechtbank volgt deze stelling niet, omdat de geboortedatum die op het klantformulier is ingevuld en bevestigd in latere verklaringen, niet aannemelijk onjuist is. Ook de BRP-registratie die een jongere geboortedatum vermeldt, is niet onderbouwd met officiële documenten.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft aangenomen dat de referente meerderjarig was bij binnenkomst, waardoor niet aan de voorwaarden voor verlening van een mvv is voldaan. Het bezwaar is daarom terecht ongegrond verklaard en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de referente meerderjarig was bij binnenkomst, waardoor de mvv-aanvraag terecht is afgewezen.