ECLI:NL:RBDHA:2019:1796
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs onveiligheid Algerije
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, vroeg asiel aan in Nederland met het argument dat hij in Algerije gevaar loopt vanwege conflicten met drugsdealers en de militaire dienstplicht. Hij stelde dat hij werd bedreigd en aangevallen door drugsdealers en vreest eerwraak vanwege een relatie.
De Staatssecretaris wees de aanvraag af omdat het niet aannemelijk was dat eiser nog gevaar loopt van de drugsdealers en dat hij daadwerkelijk de militaire dienstplicht moet vervullen. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat Algerije voor hem persoonlijk onveilig is, mede gelet op het oude Ambtsbericht uit 2005 en het ontbreken van actuele onderbouwing.
De rechtbank overwoog dat de drugsdealers niet langer een bedreiging vormen, mede omdat eiser na de vermeende aanvallen nog afscheid thuis nam. Ook vond de rechtbank de tegenstrijdigheden in eisers verklaringen over de dienstplicht en het ontbreken van bewijs dat hij tot de groep behoort die daadwerkelijk wordt opgeroepen, doorslaggevend.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning afgewezen.