ECLI:NL:RBDHA:2019:1843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor zijn asielprocedure. Nederland vroeg Duitsland om terugname, wat werd geaccepteerd.
Eiser vreesde dat hij in Duitsland geen serieuze asielprocedure zou krijgen, mogelijk in detentie zou worden geplaatst en racistisch behandeld zou worden. De rechtbank overwoog dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De eerdere asielaanvragen in diverse EU-landen en de acceptatie van het claimverzoek door Duitsland ondersteunen dit.
De rechtbank oordeelde dat mogelijke detentie op zich geen reden is om de asielaanvraag in Nederland te behandelen en dat eiser onvoldoende onderbouwde dat de detentieomstandigheden in Duitsland onrechtmatig zijn. Ook werd geoordeeld dat eiser geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die overdracht onevenredig hard maken.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-behandelen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.