ECLI:NL:RBDHA:2019:1895
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring aanvraag verblijfsvergunning wegens gebrek aan nieuwe elementen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn herhaalde aanvraag voor een verblijfsvergunning niet-ontvankelijk te verklaren. De voorzieningenrechter behandelde de zaak samen met een vergelijkbare zaak op 7 februari 2019 in Middelburg.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat er geen sprake is van nieuwe elementen of bevindingen die het eerdere besluit zouden kunnen wijzigen. De authenticiteit van de door eiser overgelegde transcriptie van een Facebookgesprek kon niet worden vastgesteld, en de verklaringen van eiser waren tegenstrijdig met de inhoud daarvan.
Daarnaast stelde eiser niet dat hij vreest vervolgd te worden bij terugkeer naar Irak, en erkende hij dat Bagdad een binnenlands vestigingsalternatief is. Dit betekent dat het eerdere besluit, dat gebaseerd was op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, standhoudt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is mondeling gedaan op 7 februari 2019 door rechter Sinack.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.