ECLI:NL:RBDHA:2019:1904
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende identiteitsbewijs Eritrese vreemdeling
Eiseres, een Eritrese vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij haar verloofde met een asielvergunning. De aanvraag werd afgewezen omdat zij haar identiteit en gezinsband niet aannemelijk kon maken met geldige documenten. In bezwaar werd een geboorteakte overgelegd die vals bleek te zijn.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in het bezit is van een Eritrese identiteitskaart, wat wettelijk verplicht is voor meerderjarigen. De overgelegde Soedanese arbeidskaart, foto’s en mogelijke getuigenverklaringen bieden onvoldoende substantieel bewijs van haar identiteit.
Verweerder heeft terecht het bezwaar ongegrond verklaard en mocht afzien van het horen van eiseres, omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor de mvv blijft afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de identiteit.