ECLI:NL:RBDHA:2019:1989
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke vergunningzaak
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een bestuursrechtelijke zaak over een vergunningaanvraag die door de Kansspelautoriteit negatief is beslist. Zij stelde dat de rechter onpartijdigheid zou missen vanwege telefonisch contact tussen de griffier en de gemachtigde van de Kansspelautoriteit voorafgaand aan de zitting en het toelaten van stukken tijdens de zitting.
De wrakingskamer overwoog dat alleen bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid opleveren, wraking kunnen rechtvaardigen. Processuele beslissingen zoals het telefonische contact en het toelaten van stukken zijn op zichzelf geen grond voor wraking. Het feit dat de rechter het telefonische contact niet direct aan verzoekster meldde, is onvoldoende om vooringenomenheid aan te nemen.
Verzoekster had bovendien de mogelijkheid om een verzoek te doen om de stukken nader te bestuderen, wat zij niet heeft gedaan. De wrakingskamer concludeerde dat de hoge drempel voor wraking niet werd gehaald en wees het verzoek af. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens onvoldoende gronden voor vooringenomenheid.