ECLI:NL:RBDHA:2019:2273
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-in-ontvangstname asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Zwitserland
Eiser, van Eritrese nationaliteit, heeft op 9 oktober 2018 in Nederland asiel aangevraagd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Zwitserland heeft dit bevestigd en een verzoek tot terugname geaccepteerd.
Eiser voerde onder meer aan dat er ten onrechte geen registertolk werd ingezet tijdens het aanmeldgehoor en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Zwitserland niet langer van toepassing zou zijn. De rechtbank constateerde dat het ontbreken van een registertolk een schending van de Wet beëdigde tolken en vertalers oplevert, maar dat dit gebrek geen nadeel voor eiser heeft veroorzaakt.
Verder heeft eiser onvoldoende onderbouwd dat Zwitserland zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat overdracht aan Zwitserland tot schending van artikel 3 EVRM Pro zou leiden. Ook de door eiser ingeroepen humanitaire clausule werd door de rechtbank verworpen omdat geen bijzondere individuele omstandigheden waren gesteld die een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.