ECLI:NL:RVS:2014:600
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatig gebruik niet-beëdigde tolk en onvoldoende motivering staatssecretaris in asielprocedure
De minister voor Immigratie en Asiel wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. Zowel de minister als de vreemdeling stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris tijdens het nader gehoor op 24 oktober 2011 gebruikmaakte van een niet-beëdigde tolk, terwijl er voldoende beëdigde tolken in de Dari-taal beschikbaar waren. De motivering waarom van de wettelijke eis werd afgeweken, was onvoldoende, waardoor het gebruik van de niet-beëdigde tolk onrechtmatig was.
Daarnaast werd het MOG-rapport, opgesteld door een arts ter onderbouwing van het asielrelaas, niet adequaat gemotiveerd door de staatssecretaris. Het rapport toonde littekens en psychische klachten die consistent waren met de stellingen van de vreemdeling over mishandeling door de Taliban. De staatssecretaris faalde erin dit rapport en de context van de veiligheidssituatie in Afghanistan voldoende te betrekken in zijn oordeel.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de vreemdeling gegrond en dat van de staatssecretaris ongegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning vernietigd wegens onrechtmatig gebruik van een niet-beëdigde tolk en onvoldoende motivering van het MOG-rapport.