ECLI:NL:RBDHA:2019:2482
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen niet-in behandeling neming asielaanvraag wegens Dublin-verordening en verantwoordelijkheid Italië
Eiser, een Nigeriaanse burger, diende op 9 december 2018 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling omdat Italië op grond van de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Dit is vastgesteld doordat eiser eerder op 3 februari 2017 in Italië een verzoek om internationale bescherming had ingediend en de Italiaanse autoriteiten niet binnen de gestelde termijn reageerden.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland ervan uit mag gaan dat Italië zijn internationale verplichtingen nakomt. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dat ondanks recente wijzigingen in de Italiaanse opvangwetgeving, er geen sprake is van een zodanige verslechtering dat Dublinclaimanten een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij overdracht aan Italië een risico loopt op een onrechtmatige behandeling. Zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder een incident met een Italiaanse drugsdealer, zijn onvoldoende om af te wijken van het vertrouwensbeginsel. Er zijn ook geen bijzondere individuele omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië wordt ongegrond verklaard.