ECLI:NL:RBDHA:2019:2487
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag en oplegging inreisverbod wegens gebrek aan nieuwe feiten
Eiser, een Iraakse nationaliteit bezittende asielzoeker, diende op 7 juni 2018 een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Deze aanvraag werd niet-ontvankelijk verklaard door verweerder omdat er geen nieuwe, relevante feiten of bevindingen waren die het eerdere negatieve besluit konden wijzigen. De authenticiteit van de overgelegde documenten, waaronder een dreigbrief en een aangifte van brandstichting, kon niet worden vastgesteld vanwege het ontbreken van betrouwbaar referentiemateriaal.
Eiser voerde aan dat de documenten nieuwe gebeurtenissen weerspiegelen en dat hij niet kon bewijzen dat alleen authentieke overheidsdocumenten als bewijs konden dienen. Ook stelde hij dat het opleggen van het inreisverbod onredelijk was gezien zijn inzet om te integreren in Nederland. De rechtbank oordeelde dat het aan eiser was om de authenticiteit van de documenten te bewijzen, wat niet was gebeurd. De volmachten die eiser overlegd had, konden het eerdere ongeloofwaardigheidsoordeel niet weerleggen.
Verder werd geoordeeld dat het inreisverbod terecht was opgelegd omdat eiser geen gehoor had gegeven aan een eerder terugkeerbesluit en geen verblijfsrecht had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod.