ECLI:NL:RBDHA:2019:2755
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 9 november 2018 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat hij het grondgebied van de EU had verlaten, waardoor de verantwoordelijkheid van Duitsland vervallen zou zijn. De rechtbank overwoog dat eiser feitelijk het grondgebied van de lidstaten niet had verlaten toen hij zijn aanvraag indiende, aangezien hij zich op Schiphol bevond en niet daadwerkelijk naar Turkije was gereisd.
De rechtbank concludeerde dat Duitsland nog steeds verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag, mede omdat Duitsland het verzoek tot overname heeft aanvaard. De door eiser overgelegde Duitse documenten maakten niet aannemelijk dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.