ECLI:NL:RBDHA:2020:4361
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening tijdens coronapandemie
Eiser, afkomstig uit Nigeria, diende meerdere asielaanvragen in Nederland in nadat hij eerder in Italië asiel had aangevraagd. Verweerder nam de laatste aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat hij een inreisverbod van vijf jaar in Italië had en dat de coronapandemie de overdracht onmogelijk maakte, waardoor het besluit onrechtmatig zou zijn.
De rechtbank overwoog dat het fictieve akkoord tussen Nederland en Italië de verantwoordelijkheid van Italië bevestigt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het inreisverbod daadwerkelijk is opgelegd of dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De coronacrisis werd gezien als een tijdelijk feitelijk overdrachtsbeletsel dat de rechtmatigheid van het besluit niet aantast.
Daarnaast faalde het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening en op het Handvest van de Grondrechten, mede omdat eiser niet aannemelijk maakte dat hij bijzonder kwetsbaar is in de zin van het Tarakhel-arrest. Ook het beroep op mensenhandel en het rapport van SFH/OSAR werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het interstatelijk vertrouwensbeginsel toepaste en het beroep ongegrond verklaarde.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.