ECLI:NL:RBDHA:2019:2986
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag accijns gasolie op tanklichter wegens onvoldoende herkenningsmiddel
Eiseres, eigenaresse van de tanklichter, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag accijns, belastingrente en een verzuimboete na een controle waarbij gasolie in de bunkertanks niet voldeed aan de wettelijke eisen voor het herkenningsmiddel Solvent Yellow en zwavelgehalte.
De controle vond plaats in het Amsterdamse havengebied waarbij monsters werden genomen en onderzocht door het Douanelaboratorium. De resultaten toonden aan dat drie van de vier bunkertanks niet aan de wettelijke normen voldeden. Eiseres kon de herkomst van de gasolie niet aannemelijk maken met bunkerbonnen en facturen.
De rechtbank oordeelde dat de controleurs bevoegd waren en dat de monstername correct was uitgevoerd. De aangetroffen gasolie viel niet onder de vrijstelling voor scheepsbrandstof omdat het gehalte Solvent Yellow onvoldoende was en het zwavelgehalte te hoog. Eiseres werd terecht als belastingplichtige aangemerkt en de naheffingsaanslag, belastingrente en verzuimboete werden bevestigd.
De stelling van eiseres dat de weigering van de vrijstelling in strijd was met de Energierichtlijn en de Gasolieovereenkomst werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat de wettelijke regels proportioneel zijn en gericht op het voorkomen van fraude. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag accijns, belastingrente en verzuimboete wordt ongegrond verklaard.