ECLI:NL:RBDHA:2019:3056
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, vroeg op 16 oktober 2018 asiel aan in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling, aangezien eiser eerder in 2009 en 2013 asielverzoeken in Italië had ingediend. Nederland deed een verzoek tot terugname aan Italië, waarop niet tijdig werd gereageerd, wat volgens artikel 25, tweede lid, van de Dublinverordening gelijkstaat aan aanvaarding.
Eiser verzette zich tegen overdracht aan Italië en voerde aan dat er systematische tekortkomingen bestaan in de Italiaanse asielprocedure en opvang, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt. Hij verwees naar een rapport van de Danish en Swiss Refugee Councils van december 2018. De rechtbank overwoog echter dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in december 2018 oordeelde dat het vertrouwensbeginsel nog steeds geldt, mede gelet op een eerder rapport uit 2017.
De rechtbank vond dat het nieuwe rapport geen wezenlijk ander beeld gaf en dat eiser niet als kwetsbaar persoon was aangemerkt, waarop het vertrouwensbeginsel van toepassing blijft. Het beroep op humanitaire aspecten faalde wegens gebrek aan onderbouwing. Er was geen reden om de asielaanvraag zelf in behandeling te nemen op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd mondeling gedaan op 7 februari 2019 door rechter C. van Boven-Hartogh.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.