ECLI:NL:RBDHA:2019:3103
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid wegens prioriteitgenietend aanbod op arbeidsmarkt
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) om als brood- en banketbakker te werken bij referent.
De aanvraag werd door verweerder afgewezen op basis van een negatief advies van het UWV, dat stelde dat er voldoende prioriteitgenietend aanbod op de Nederlandse arbeidsmarkt aanwezig was en dat de werkgever onvoldoende wervingsinspanningen had verricht om de vacature te vervullen.
Eiser voerde aan dat er geen geschikt aanbod was, dat de vacature tijdig was gemeld en dat hij een passend salaris bood, maar de rechtbank oordeelde dat het UWV-advies zorgvuldig en inhoudelijk juist was en dat verweerder terecht de weigeringsgronden toepaste.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en bevestigde dat het besluit tot afwijzing van de GVVA terecht was genomen, mede omdat de werkgever niet alle mogelijkheden had benut om de arbeidsplaats met prioriteitgenietend aanbod te vervullen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het hoger beroep werd toegelaten binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid is ongegrond verklaard.