ECLI:NL:RBDHA:2019:3414
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel met Italië
Eisers, van Nigeriaanse nationaliteit, dienden op 9 januari 2019 asielaanvragen in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat zij in december 2017 via Italië de EU-buitengrens illegaal waren binnengekomen en daar in februari 2018 asiel hadden aangevraagd. De Nederlandse staatssecretaris weigerde hun aanvragen in behandeling te nemen en verwees naar Italië als verantwoordelijke lidstaat op grond van de Dublinverordening.
De Italiaanse autoriteiten stemden in met de overname van eisers. De rechtbank toetste of het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat Nederland mag vertrouwen op de opvang en behandeling in Italië, nog steeds van toepassing is. De rechtbank volgde de recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, die geen aanwijzingen zagen voor een structurele verslechtering van de opvang in Italië.
De rechtbank concludeerde dat eisers niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij een reëel risico lopen op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij overplaatsing naar Italië. Ook de door eisers ingebracht rapport van de Danish Refugee Council bood onvoldoende basis voor het oordeel dat het vertrouwensbeginsel niet meer geldt. Daarnaast was niet gebleken dat de Italiaanse autoriteiten niet in staat zijn eisers te beschermen tegen mensenhandel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Italië verantwoordelijk is voor de asielaanvragen.