ECLI:NL:RBDHA:2019:368
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens internationale bescherming in andere lidstaat
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, diende op 31 oktober 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser in Italië internationale bescherming geniet en daarmee een sterkere band met Italië heeft.
Eiser betoogde dat de Italiaanse autoriteiten hem onvoldoende bescherming boden tegen bedreigingen door mensensmokkelaars, dat hij geen hulp kreeg bij huisvesting, uitkering of medische zorg, en dat hij vanwege politieoptreden Italië heeft verlaten. Hij stelde dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt en dat Nederland de asielaanvraag aan zich moet trekken.
De rechtbank overwoog dat het feit dat eiser in Italië internationale bescherming geniet niet ter discussie staat. De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd erkend dat statushouders in Italië een moeilijke situatie hebben, maar dat zij gelijkgesteld zijn met Italiaanse staatsburgers en zelf hun rechten moeten effectueren.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de Italiaanse autoriteiten hem niet kunnen of willen helpen. Het persoonlijke relaas en de overgelegde beschikking waren onvoldoende om het interstatelijke vertrouwensbeginsel te doorbreken. Daarom was het bestreden besluit om de aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.