ECLI:NL:RVS:2018:1794
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingen niet-ontvankelijk verklaard wegens bescherming in Italië zonder schending EVRM artikel 3
Vreemdeling 1 en 2, met twee minderjarige kinderen, hadden internationale bescherming in Italië gekregen en beschikten over verblijfsvergunningen geldig tot 2021. De staatssecretaris verklaarde hun asielaanvragen in Nederland niet-ontvankelijk omdat zij als statushouders een redelijke band met Italië hebben en daar bescherming genieten.
De rechtbank oordeelde echter dat de vreemdelingen buitengewoon kwetsbaar waren en dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat terugkeer naar Italië geen risico op schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad van State overweegt dat statushouders in Italië dezelfde rechten hebben als Italiaanse burgers en dat de feitelijke situatie, hoewel moeilijk, niet leidt tot een schending van artikel 3 EVRM Pro. De vreemdelingen hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij in Italië niet adequaat worden beschermd of hulp kunnen krijgen. Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en hun asielaanvragen als niet-ontvankelijk bevestigd.