Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 april 2019 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Kamerstukken II2017/18, 19 637, nr. 2354) meegedeeld dat hij een nieuwe gedragslijn is gaan hanteren voor het beoordelen van Eritrese nareiszaken. Deze gedragslijn is geaccordeerd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) in de uitspraken van 16 mei 2018, waaronder de uitspraak met vindplaats ECLI:NL:RVS:2018:1508. Inmiddels is de gedragslijn toegevoegd aan het beleid voor alle nareiszaken (C1/4.4.6 Vc). Verweerder stelt de vreemdeling in de gelegenheid om zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen ten aanzien van zijn identiteit en familierechtelijke relatie over te leggen. Dit kunnen andere, niet-officiële, indicatieve bewijsmiddelen zijn. Als de vreemdeling substantieel indicatief bewijs overlegt, biedt verweerder in beginsel nader onderzoek aan indien dit nog nodig is, ongeacht de vraag of sprake is van bewijsnood en mits geen sprake is van contra-indicaties.