ECLI:NL:RBDHA:2019:3831
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Nigeriaanse burger, vroeg asiel aan in Nederland op 31 oktober 2018. De staatssecretaris weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening, gezien de illegale binnenkomst van eiser via Italië op 6 maart 2018. Nederland vroeg Italië om overname, waarop geen tijdige reactie kwam, wat volgens de verordening gelijkstaat aan acceptatie.
Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig was omdat bij het aanmeldgehoor geen beëdigde tolk werd gebruikt en verweerder dit niet had gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat dit een schending van artikel 28 Wbtv Pro vormde, maar dat dit gebrek kon worden gepasseerd omdat eiser niet was benadeeld en de tolk zijn werk naar behoren had verricht.
Eiser voerde verder aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië niet meer geldt vanwege systematische tekortkomingen in de asielprocedure en opvang, mede door het Salvini-decreet. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak dat het vertrouwensbeginsel nog steeds geldt en dat Italië zijn internationale verplichtingen zal nakomen.
Ook was niet aannemelijk dat eiser een kwetsbare persoon is in de zin van het EHRM-arrest Tarakhel. Daarom was geen reden om de asielaanvraag zelf te behandelen. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser ad €1.024.
De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier J.A.B. Koens op 16 april 2019 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.