ECLI:NL:RBDHA:2019:4009
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag op grond van interstatelijk vertrouwensbeginsel Griekenland
Eiser, een stateloze geboren in 1996, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd niet-ontvankelijk verklaard omdat uit Eurodac bleek dat Griekenland reeds internationale bescherming aan eiser had verleend.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder bewijsnood, diefstal van identiteitsdocumenten, bedreigingen en mishandeling in een Grieks opvangcentrum, en het niet naleven door Griekenland van Europese richtlijnen. De rechtbank stelde vast dat deze stellingen onvoldoende onderbouwd waren.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak die het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Griekenland bevestigde, ondanks erkende problemen in leefomstandigheden van statushouders. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat is nieuwe documenten te verkrijgen of dat Griekse autoriteiten niet bereid zijn hulp te bieden.
Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.