ECLI:NL:RBDHA:2019:4316
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongevallenuitkering als loon uit vroegere dienstbetrekking belast
X is in 2016 overleden door een ongeval buiten werktijd en niet op de werkplek. De werkgever had een collectieve ongevallenverzekering afgesloten voor haar personeel, waarbij de premies door de werkgever werden betaald en vervolgens op het nettoloon van de werknemers werden verhaald. Na het overlijden keerde de verzekeraar een bruto ongevallenuitkering uit aan de nabestaande van X, waarover loonheffing werd ingehouden.
De vraag was of deze uitkering als loon in de zin van artikel 3.81 Wet inkomstenbelasting 2001 moest worden beschouwd. Eisers stelden dat geen sprake was van loon omdat de premies door de werknemer zelf via het nettoloon waren voldaan en de werkgever slechts als assurantietussenpersoon fungeerde. Verweerder betoogde dat de uitkering deel uitmaakt van de arbeidsvoorwaarden en derhalve als loon moet worden belast.
De rechtbank volgde verweerder en oordeelde dat de ongevallenverzekering onderdeel is van de arbeidsvoorwaarden, ook al is deze niet expliciet in de arbeidsovereenkomst opgenomen. De uitkering vloeit voort uit de zorgplicht van de werkgever en vormt een aanspraak uit de dienstbetrekking. Het feit dat de premies via het nettoloon worden verhaald doet hieraan niets af, conform jurisprudentie van de Hoge Raad. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de ongevallenuitkering als loon uit vroegere dienstbetrekking belast is.