ECLI:NL:RBDHA:2019:4393
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige homoseksuele geaardheid
Eiser, een Togolees, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende vervolging in zijn land. Hij stelde dat hij in Togo mishandeld werd vanwege zijn seksuele geaardheid en daarom het land had verlaten.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat hij de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig achtte, maar zijn homoseksualiteit ongeloofwaardig vond. De rechtbank bevestigde dit oordeel na beoordeling van het dossier en het horen van partijen. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende en wisselend verklaarde over zijn relatie en de groep jongens bij de scouting, en dat hij onvoldoende kennis had van zijn partner.
De rechtbank oordeelde dat de grensprocedure passend was en dat het gebruik van een niet-beëdigde tolk voldoende was gemotiveerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van de homoseksuele geaardheid.