Eiseres ontving in 2016 een bijstandsuitkering van de gemeente en diende haar aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) in. Na een voorlopige aanslag waarbij rekening werd gehouden met een bijstandsbedrag van €11.429, stelde de Belastingdienst op basis van een jaaropgave van de gemeente het belastbaar inkomen vast op €14.514. Eiseres betwistte dit en stelde dat de jaaropgave een onbelaste stimuleringspremie bevatte, waardoor het bedrag te hoog zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de jaaropgave van de gemeente, die volgens de gemeente geen stimuleringspremie bevatte. Hierdoor was er geen reden om het belastbaar inkomen aan te passen. Daarnaast stelde eiseres dat zij recht had op de jonggehandicaptenkorting op grond van een beschikking, maar deze bleek betrekking te hebben op de Participatiewet en niet op de Wet Wajong. Daardoor was niet voldaan aan de voorwaarden voor deze korting.
De rechtbank concludeerde dat de aanslag correct was vastgesteld en dat eiseres geen recht had op de jonggehandicaptenkorting. Ook waren er geen gegronde bezwaren tegen de berekening van de belastingrente. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.